‘Niet alleen het systeem moet veranderen’

Publicatiedatum: 24-09-2020

De gemiddelde schuld van mensen die worden toegelaten tot schuldhulpverlening is in Amsterdam 15.000 euro lager dan elders in het land. Hoe krijgt Amsterdam dit voor elkaar? En welke rol kunnen corporaties spelen om schulden te voorkomen? 

Lector Armoede Interventies aan de Hogeschool van Amsterdam, Roeland van Geuns, en voorzitter van de RvB van Rochdale, Hester van Buren, delen hun inzichten.

Hoe groot is het probleem?

Hester: “Het Nibud heeft onlangs gepubliceerd dat een kwart van de huurders in de sociale sector financieel klem zit: ze kunnen maar net het hoofd boven water houden. Er hoeft dus maar iets te gebeuren en het gaat bergafwaarts.”

Klopt het dat huurders in de sociale huursector een grotere kans op schulden hebben? 

Roeland: “Het grootste risico om in de schulden terecht te komen, is een laag inkomen. Een lage opleiding verhoogt het risico. Dus ja, huurders die vanwege hun inkomen afhankelijk zijn van een sociale huurwoningen hebben een grotere kans op schulden. 

Het ontstaan van schulden is sterk afhankelijk van life events. Die zijn voor een deel gelijk verdeeld over de bevolking. Het overlijden van iemand uit je omgeving, bijvoorbeeld. Maar economische life events zijn heel ongelijk verdeeld over de bevolking. Werkloos worden komt bijvoorbeeld vaker voor in de lagere sociale milieus. Net als gezondheidsklachten en arbeidsongeschiktheid. De risico’s op schulden zijn dus ongelijk verdeeld.”

Wat betekent het om in armoede te leven?

Roeland: “Ieder voorbeeld staat op zichzelf. Maar het meest schrijnende geval hoorde ik van Joke de Kok, manager schuldhulpverlening bij de gemeente Tilburg. Zij was ooit op huisbezoek, waar een kind rondliep in een huis zonder vloerbedekking en waar het in plaats van een luier een keukendoek om had. Dat was in een gezin waar alle problemen zich hadden opgestapeld. Dit is natuurlijk een heel extreem voorbeeld. Maar kijk naar de mensen die in de rij bij de Voedselbank staan. Kinderen voor wie er thuis geen fatsoenlijk ontbijt is...” 

Hester: “Over eten gesproken: het is ook heel erg lastig om gezond te eten als je weinig geld hebt. Gezond eten is veel duurder dan fabriekseten. Dat is een ander verhaal dan schulden, waar we het nu over hebben, maar daar kan ik me ook heel druk om maken.”

Roeland: “Ik denk niet dat dit een ander verhaal is. Ongezond eten ondermijnt je gezondheid. Daardoor word je sneller ziek en heb je meer kosten. Er zijn mensen die zorg mijden omdat ze het eigen risico niet kunnen opbrengen. Ze weten bijvoorbeeld niet dat ze dat gespreid kunnen betalen. En zo komen ze van de regen in de drup.”

Hester: “Bovendien, als je geldzorgen hebt, is er geen ruimte in je hoofd om vooruit te denken. Je staat in de overlevingsstand. Dat het aanvragen van bijvoorbeeld zorg- en huurtoeslag en kwijtschelding van belasting zo ingewikkeld is, helpt in zo’n situatie niet.”

Daar komt nu de coronacrisis bovenop. Kunnen jullie daarvan de gevolgen al overzien? 

Hester: “Wij roepen al jaren: heb je moeite om de huur te betalen, neem dan contact met ons op. Sinds de coronamaatregelen is het huurachterstandspercentage maar 0,03 procent gestegen. Minimaal dus. 

NRC Handelsblad heeft daar landelijk onderzoek naar gedaan. Ze schreven dat er in heel Nederland maar 9.000 huurders zich hebben gemeld bij hun woningcorporaties met betalingsproblemen. Dat komt omdat 61 procent van de huurders in de sociale sector hun inkomen krijgt uit AOW, pensioen of een uitkering. En daar hebben de coronamaatregelen niet veel invloed op. Wat mij meer zorgen baart, zijn de huurders in de vrije sector. Dat zijn vaak zzp’ers, die wel de gevolgen van corona merken. Daar hebben we maatwerkregelingen voor, zoals een huurverlaging.”

Roeland: “Dit beeld herken ik. De eerste twee steunpakketten van de overheid hebben ervoor gezorgd dat mensen in loondienst in financiële zin eigenlijk weinig van de coronamaatregelen hebben gemerkt. Het zijn vooral de zzp’ers en flexwerkers die er in inkomen op achteruit zijn gegaan.”

Hester: “Daarom hebben wij met name voor onze huurders van kleine bedrijfsruimtes maatregelen getroffen, want wij vinden het belangrijk dat hun ondernemingen blijven bestaan. Ze hebben namelijk een belangrijke functie in de buurt.”

Roeland: “En ze zijn straks nodig om de economie weer op gang te helpen.”

Vraagt deze tijd van corona een ander huurbeleid?

Hester: “We leveren al maatwerk. Als mensen hun inkomen zien dalen vanwege de coronamaatregelen kunnen we korting geven op de huur. Zo’n motie als van de SP in de Eerste Kamer om alle huren te bevriezen is dus helemaal niet nodig. Een algehele huurbevriezing is schieten met hagel. We kunnen veel beter maatwerk toepassen voor mensen die het echt nodig hebben.”

Roeland: “Daar ben ik het voor de sociale huursector wel mee eens. Maar in de vrije sector is het spannend. Want daar heb je niet alleen verantwoord opererende corporaties, maar ook verhuurders die voor maximale winst gaan.”

Wat zou - los van de situatie door de coronamaatregelen - echt helpen om schulden te voorkomen? Wie is er aan zet?

Hester: “We zouden veel meer moeten inzetten op preventie. We doen al veel aan vroeg-signalering. Maar als wij als woningcorporatie erachter komen dat er iets mis is, dan is het eigenlijk al te laat. Omdat mensen vaak pas op het allerlaatst de huur niet meer (op tijd) betalen. Dan zitten mensen vaak al met een heleboel andere schulden.

Een van de problemen is dat mensen niet weten waar ze recht op hebben. En als ze dat wel weten, is het probleem dat het systeem onnodig ingewikkeld is. Waarom krijg je niet automatisch waar je recht op hebt? Volgens mij is de overheid dus aan zet.”

Roeland: “De roep om vereenvoudiging van het toeslagenstelsel klinkt al een jaar of 10, denk ik. Inmiddels is dat geluid doorgedrongen en wordt het in de Tweede Kamer en op de departementen serieus genomen. Maar als je de toeslagen wilt vereenvoudigen, moet je het hele belastingstelsel veranderen. En dat kost tijd. De vorige belastingverandering duurde 10 jaar. Bovendien is een crisis geen goede tijd om het belastingstelsel te veranderen. Want als smeermiddel voor de hervorming heb je veel geld nodig en dat is er nu juist weer minder.”

Wat zou dan wel realistisch zijn voor de korte termijn?

Roeland: “De Belastingdienst zou de toeslagen rechtstreeks kunnen overmaken naar de partijen waar die uiteindelijk naartoe gaan: dus naar de corporaties als het gaat om huurtoeslag. Maar er is een belangrijk politiek argument om dat niet te doen: zelfredzaamheid.”

Hester: “Als het gaat om het verkleinen van de kans op schulden, zou het huurders wel enorm kunnen helpen. Enkele jaren terug gaf de RVS al aan dat rechtstreekse uitbetaling van de huurtoeslag aan woningcorporaties een oplossing is die op korte termijn te realiseren zou zijn. Het zou een van de stappen zijn om het systeem te versimpelen.” 

Roeland: “Ik zie trouwens dat de verhouding tussen vaste lasten en het inkomen steeds schever is geworden: een steeds groter deel van ons inkomen gaat op aan vaste lasten. Sommige typen huishoudens kunnen daardoor niet meer rondkomen, tenzij ze gebruikmaken van álle regelingen en toeslagen waar ze recht op hebben. Dat betekent enerzijds dat je het veel makkelijker moet maken om die tegemoetkomingen te ontvangen. En anderzijds dat je het inkomen moet verhogen. Met andere woorden: een verhoging van het sociaal minimum en het minimumloon. Zo eenvoudig is het in feite.

Verder moet de overheid zijn incassobeleid socialer maken; de dienst Toeslagen van de Belastingdienst is de grootste schuldeiser in Nederland geworden.”

Hoe komt dat?

Roeland: “Omdat het heel makkelijk is om fouten te maken bij het aanvragen van toeslagen en omdat je daarop afgerekend wordt. Het is natuurlijk heel tekenend dat het de Belastingdienst nog steeds niet lukt om een groot deel van de toeslagen direct tegen de goede hoogte te verstrekken.”

Hester: “Is het probleem niet dat het beleid is gebaseerd op mensen die frauderen in plaats van op de veel grotere groep die te goeder trouw is?”

Roeland: “Ik heb ooit geleerd van een organisatieadviseur: je moet je organisatie inrichtingen op 80 tot 90 procent van je klanten. Als je je organisatie inricht op die overige 10 tot 20 procent, dan krijg je een ontzettend inefficiënte organisatie.”

De rol van corporaties is primair het voorzien in passende en betaalbare huisvesting voor mensen met een laag inkomen. Moeten zij zich wel bezighouden met wat er zich achter de voordeur van hun huurders afspeelt? Wat is de verantwoordelijkheid van corporaties in het voorkomen van schulden?

Hester: “Wij vóélen ons verantwoordelijk. Met ons woningprogramma sturen wij op sterke buurten. Daarbij gaat het om onze bewoners; we willen bijdragen aan het vergroten van de kansengelijkheid. Daar is sociale woningbouw ook voor bedoeld. Als het goed is, is een sociale huurwoning een start en kun je later doorstromen.

Daarbij is het voorkómen van schulden natuurlijk ontzettend belangrijk. Dat doen we niet zelf, daarvoor zoeken we actief de samenwerking op. De pilot waarbij huurders budgetgesprekken krijgen aangeboden is daar een voorbeeld van. 

In deze pilot bieden we onze nieuwe huurders standaard een budgetgesprek aan. Maatschappelijk dienstverleners voeren die gesprekken en de gemeente financiert deze. Uit de eerste gesprekken blijkt dat die mensen zo 400 euro per jaar kunnen opleveren. Omdat ze worden gewezen op regelingen en toeslagen die ze niet kennen, of waarvan ze niet weten hoe ze die moeten aanvragen. Dit is een belangrijk onderdeel van onze insteek op sterke buurten.”

Waarom komen samenwerkingen voor schuldpreventie die zich in het grijze gebied tússen organisaties bewegen eigenlijk zo weinig van de grond?

Roeland: “Omdat veranderen iets van de lange adem is. Niet alleen het systeem, maar ook de mensen die in het systeem werken, moeten een draai maken en zich anders tot elkaar verhouden. Vertrouwen speelt daarbij een steeds grotere rol.”

Hester: “Dat vind ik als bestuurder ook een belangrijk item. In Amsterdam bijvoorbeeld, is dat vertrouwen tussen partijen er. Als je als corporatie een idee oppert en je zet de juiste mensen bij elkaar, dan gaan ze ermee aan de slag.”

Rochdale heeft een opgave in Amsterdam en omgeving. Hoe is de situatie in de rest van Nederland?

Roeland: “Toevallig zijn er de laatste tijd wat vergelijkingscijfers gekomen. Amsterdam doet het zonder meer goed. Het kan altijd nog beter, want het streven moet zijn: nul betalingsachterstanden. Dat is de gedeelde verantwoordelijkheid van leveranciers, de overheid én de consument zelf.

Mensen die worden toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject hebben in Amsterdam een beduidend lagere schuld dan elders in het land. Daar zit zo’n 13.000 euro verschil tussen. Landelijk is de gemiddelde schuld van deze mensen 39.000 euro. 

Dat Amsterdam het zo goed doet, komt voor een heel groot deel door de vroeg-signalering. Mensen worden hier eerder dan elders het systeem in getrokken. Het idee van vroeg-eropaf is ook hier ontstaan en als eerste ingevoerd. In navolging van Amsterdam nemen andere gemeentes die werkwijze over. Maar - we hadden het er al over - veranderen kost tijd. De samenwerking tussen de gemeente, de maatschappelijke dienstverleners en de vastelastenleveranciers in Amsterdam was ook een proces dat best lang heeft geduurd voordat het echt goed stond. 

Veel gemeenten hebben daar nog een grote slag te maken. Wettelijk worden vastelastenleveranciers verplicht om gegevens over betalingsachterstanden aan gemeenten te gaan leveren, maar dat wil niet zeggen dat gemeenten de menskracht hebben om die ook allemaal goed af te handelen. Kijk naar Amsterdam. Dat heeft in 2019 ruim 24.000 meldingen ontvangen van partners waarmee het samenwerkt in de vroegsignalering. Daarbij gaat het deels om echt grote schulden. 
Ik denk dat ook zorgverzekeraars een grote verantwoordelijkheid hebben om veel proactiever te reageren. Alle schuldeisers, eigenlijk.”

Hester: “Ik wist niet dat het verschil tussen Amsterdam en de rest van Nederland zo groot is. Ik hoor collega’s die hier komen kijken wel vaak mopperen over de samenwerking met de gemeente op dit vlak en dat ze het gevoel hebben er alleen voor te staan. Niet overal, maar het speelt.

Landelijk zie je trouwens wel dat de huurachterstanden en het aantal ontruimingen vanwege huurachterstanden flink zijn gedaald. De inzet is er dus wel, maar volgens mij kunnen de resultaten nóg beter met een nog betere samenwerking.”

Symposium over preventie schulden

Op 29 oktober 2020 organiseert Rochdale een online symposium over schuldpreventie door woningcorporaties. Daar praten we verder over welke rol corporaties kunnen spelen in het voorkomen van schulden in samenwerking met gemeenten en maatschappelijk dienstverleners. Wilt u erbij zijn? Of wilt u eerst meer weten? Lees hier het programma en hoe u zich kunt aanmelden

Deel deze pagina

 
Annuleren

Waarmee kunnen wij je helpen?

Begin hier met zoeken!

Geen resultaten gevonden