Ons verhaal

Verhalen van bewoners en medewerkers

Ons verhaal is het verhaal van Rochdale, bewoners en medewerkers. Wat bewoners mee maken, ervaren in woningen van Rochdale. Over verhalen van medewerkers in buurten, hun contact met bewoners. Het zijn de ervaringen, getuigenissen, gebeurtenissen die we samen mee maken. Die maakt dat we elkaar beter kunnen begrijpen omdat we weten wat het verhaal erachter is.

Die verhalen die staan straks allemaal hier. Die verhalen geven inzicht in wat er achter de gevel gebeurt en in de wijk. Geschiedenissen over een wijk, over het contact met buren. Wij zijn er voor genoeg betaalbare sociale huurwoningen. Maar we zijn er ook om bewoners zo prettig mogelijk met elkaar te laten wonen. Rochdale geeft thuis.

Wilt u uw verhaal delen? Graag!

Stuur ons een e-mail en wij nemen contact op.

 

 

Pieter Roeland

Krotten, dat zijn het. Erbarmelijke plekken. Er woont een vriend van hem, bekenden, zelfs een ver familielid. De stank, de duisternis, het vocht, het alomtegenwoordige vuil; hij wilde dat hij niet van hun bestaan afwist, dan zou zijn gewetensnood hem niet zo veel parten spelen.
Maar hij heeft ze gezien, geroken en gehoord: de naargeestige zolders, kelders en nissen, onthouden van elektra, schoon water en vuilafvoer. Met hele gezinnen wonen ze op een enkele kamer, waar de cholera welig tiert. Desalniettemin zijn de levensgevaarlijke sloppen voor velen ‘thuis’. Het is het enige wat ze kennen.
Maar dat ze niet beter weten, denkt hij, betekent niet dat het niet beter kán. Hoewel de Amsterdamse binnenstad is overgeleverd aan huisjesmelkers en het gebrekkige toezicht van de overheid, zal dat niet zo blijven. Hij heeft er nachtenlang van wakker geleden, gewoeld in zijn slaap, maar nu weet hij wat hem te doen staat: hij zal niet langer de andere kant op kijken. 

Hendrik Glimmerveen

Hij leest de tekst nog een keer door. En nog een keer. Hij staat op, loopt een nodeloos rondje door de kamer, gaat weer zitten en leest hem nog een keer. Het staat er echt, denkt hij, en er gaat een rilling door hem heen, een vleugje opwinding, alsof hij het nog niet durft te geloven. Hij is maar een eenvoudige koetsier op de paardentram, wat weet hij nou van de wet? Maar Pieter heeft gezegd dat het wel degelijk mogelijk is, en hoewel hij het eigenlijk niet wil toegeven, heeft zijn vriend het zelden bij het verkeerde eind.
‘Hendrik,’ zei hij toen hij hem laatst sprak, ‘dit kan zo niet langer, die mensen moeten betere huizen krijgen!’ Hendrik zuchtte als om te zeggen dat hij dat zelf ook wel inziet, maar Pieter, die zijn enthousiasme zelden onder stoelen of banken steekt, vervolgde geestdriftig: ‘We zijn er allemaal verantwoordelijk voor. Jij, ik, de overheid, iedereen. Allemaal verantwoordelijk.’ Hij had een stapeltje papieren in zijn handen gedrukt en erbij gezegd: ‘Lees dit maar eens door. Dit gaat over de woningwet. Je zult zien, Hendrik, dat het echt kan.’ 

 

Wordt vervolgd...